Help, een waggelende badeend
9 mei 2024 - Stavanger, Noorwegen
Daar komt ie weer … heen … en weer … Ik rol eerst 20 centimeter naar voren en daarna 20 centimeter naar achteren. We varen pal voor de wind en de boot is veranderd in een ongemakkelijk schommelende badeend. De boot helt over ... eerst van links om daarna helemaal naar rechts te rollen. Ik probeer een nieuwe houding in mijn bed te zoeken maar de golven zijn genadeloos. Daar gaan we weer …. En weer rol ik van de ene naar de andere kant. Ik heb maar drie uur om te slapen en inmiddels is daar al een uur van om. Weer komt er een grote golf … en hup … daar ga ik weer. Het zachte pruttelen voor mezelf gaat over in hardgrondig vloeken. Geïrriteerd ga ik dwars in mijn bed liggen. Boven mijn hoofd hoor ik de voetstappen van Sjack. Hij maakt een gijp en trekt het zeil naar de andere kant. Ik heb stille hoop: zou het nu beter gaan? Maar nee, daar ga ik weer … heen … en weer … Godver …
Zeeziekte … ga weg jij!
Ik voel mijn eten langzaam naar boven komen. NEE! denk ik in paniek. NIET zeeziek worden. Maar mijn maag lijkt daar anders over te denken. Ga weg jij! roep ik stilletjes naar de misselijkheid in de hoop dat ik met wilskracht de misselijkheid kan onderdrukken. Geen idee of dit kan werken maar ik heb even geen andere mogelijkheden voorhanden. Weg! Ga weg! We moeten nog drie nachten en twee dagen op zee. Die wil ik niet kotsend over de zeereling doorbrengen.
Achter me hoor ik vanuit de kajuit een hels kabaal. Glazen, pannen, voorraad … alles schuift in de kastjes heen en weer. Met een enorme knal vallen ze bij iedere golf tegen de binnenkant van de kastjes aan. Ik hoop dat ik straks nog servies over heb. En wat dacht je van de wijnflessen. Zal de wijn nog te drinken zijn nadat ze in deze centrifuge zijn geweest?
Nog 278 mijl te gaan. De badeend blijft maar schommelen: heen … en weer … De woorden: “De reis is belangrijker dan de bestemming”, kan me even helemaal gestolen worden. Zuchtend probeer ik mijn ogen weer dicht te doen in de hoop dat de slaap me komt halen.
Piep piep piep … mijn wekker gaat. Shit, ik heb nul minuten geslapen en mijn wacht in de koude nacht gaat beginnen. Ik hijs me doodmoe uit mijn bed en trek vier lagen kleding aan, muts op en dikke handschoenen aan. Opgelucht kijkt Sjack me door het open luik aan. Hij is blij dat hij wordt afgelost om het warme bed in te duiken. Er zijn geen schepen in de buurt en met een “Succes, truste” verdwijnt hij snel de kajuit in.
Pikkedonker
Het is een hele donkere nacht zonder maan en zonder sterren. Ik hoor het ruisen van het water maar ik zie geen hand voor ogen. Zo zeilen we verder, mijl voor mijl, in de richting van Noorwegen. Pas over 2 ½ uur varen we een booreiland voorbij. Geen stress dus. Het is aardedonker en het voelt als een soort van niemandsland. Met mijn neus in de volle wind zakt langzaam mijn misselijkheid en raak ik steeds beter ingeslingerd.
Dit is een hel, we verkopen de boot!
Het is maar goed dat ik niet weet wat er die nacht allemaal in het hoofd van Sjack omgaat. Ook hij schommelt in zijn bed heen en weer op iedere golf die onder de Volle Maan door gaat. Bovendeks sta ik met mijn koude neus in de wind en heb ik geen weet van zijn gefrustreerde gedachten: “Waarom doen we dit?” “Waar zijn we in hemelsnaam mee bezig”, “Jezus, nog drie dagen te gaan!”, “Hier heb ik geen zin in, we verkopen de boot!”. Gelukkig zijn gedachten geen feiten en zo worstelen we ons door de mijlen heen.
Aan alles komt een eind
Na een slapeloze en helse nacht, komt langzaam de zon boven de horizon uit. De blauwe hemel voorspelt een mooie dag. Sjack steekt vermoeid zijn gezicht door het luik. “Moet je kijken, dit is toch prachtig! Geen boten te zien alleen wij met z’n tweeën hier op zee!“ roep ik naar hem. Dan verschijnt er een brede glimlach op zijn gezicht. Het gevoel van avontuur komt terug. Vijf maanden om Noorwegen te ontdekken, vijf maanden vrijheid. En ja … daar hoort soms ook afzien bij.
“Ik wilde de boot vannacht verkopen,” zegt Sjack met een schuldig lachje op zijn gezicht. “Oh?” vraag ik hem, ik merk dat ik mijn adem in houd. “Ben je gek!” is het ferme antwoord.
De kadootjes van de zee
De wind en het schommelen is wat afgenomen. Genietend kijken we uren over het vlakke water. “Daar!” roept Sjack en met zijn arm wijst hij de richting aan. Dolfijnen schieten door het water en spelen in de golven bij de boeg. Ze zijn snel en komen nauwelijks boven het water uit. Tijdens de overtocht hebben we ook een kleine walvis gezien van ongeveer 4 meter. We vermoeden dat het een griend is, een soort tandwalvis uit de familie van de dolfijnachtigen. Ook de vin van een orka is één keer in de verte te onderscheiden. Dat zijn toch wel de onverwachte kadootjes van de zee.
En dan … Noorwegen!
We willen niet in het donker aankomen in Noorwegen dus de laatste uren rekken we tijd tot het daglicht verschijnt. Na 72 uur uit Terschelling vertrokken te zijn, leggen we in Stavanger aan. We zijn er!
Vertrek uit Lelystad:
We zien het weer helemaal zitten:
De uitgestrekte zee:
Regelmatige bezoekers:
Het Noorse vlaggetje wordt gehesen:
Kijk uit naar het volgende verhaal over de Morning Glorywolk, een zeldzaam weerfenomeen ... en wij waren er bij!








Een hele prachtige reis toegewenst!
Liefs
Sandra en Roger
Ik bewonder jullie lef en doorzettingsvermogen.
Hele fijne reis en we volgen jullie heel graag!