Doen we het of doen we het niet?

5 september 2024 - Terschelling, Nederland

Skudenshavn, woensdag 28 augustus 2024

Sjack en ik zitten met serieuze gezichten gebogen over onze tablets. Apps worden geopend, weer gesloten, weer geopend. Serieus bestuderen we de weerkaarten van Windy, Windfinder, YR.NO, de Bracknellplaatjes en toepassing op de Grib-files. Ik voel een frons op mijn voorhoofd, want wat ik zie is verre van ideaal.
“Ik denk dat we dit weergat moeten pakken,” zegt Sjack. Ik zie aan zijn gezicht dat hij nog twijfelt.
“Al die weerkaarten zeggen hetzelfde: aan het begin en aan het einde van de tocht staat er een flinke wind, een dikke zes beaufort. Maar op de dagen erna zie ik onweer en onstabiel weer aankomen. Ik vraag me af of we moeten wachten tot het beter wordt.”
Sjack kijkt me vragend aan.
Ik voel een rilling over mijn rug lopen. 6 of 7 beaufort op zee, dat is geen pretje. De golven zullen opstuwen en de tocht wordt behoorlijk oncomfortabel.
“Maar met rif 3 en de kotter, dan gaat dat zeker lukken,” probeert hij me gerust te stellen.
“We moeten wel wachten tot de fronten op donderdag voorbij zijn, dat wordt pas aan het einde van de middag vertrekken.”
Ik ben het met Sjack eens, we moeten dit weergat pakken. Het is geen overtocht van een uurtje, het is drie dagen en drie nachten op zee. Dat we te vroeg in Nederland zijn, vind ik niet zo erg. Het geeft ook wel weer rust dat we (nog) niks moeten en niet door tijdsdruk worden gehinderd.  
Ik knik. “Ik ga couscous maken voor twee dagen, dan hoeven we deze alleen maar uit de koelkast te pakken. Ga je mee boodschappen doen?”
Nu eenmaal de beslissing is gevallen, stappen we snel over naar de praktische zaken.

Mijn rug is net een wasmachine

Ik zit in m’n eentje in de kuip. Sjack slaapt of doet in ieder geval een poging. De zee ligt er grijs en uitgestrekt bij. Er ontglipt me een diepe zucht. Niet uit ontevredenheid maar uit ongemak. Mijn rug is net een wasmachine: het gaat bij iedere golf heen en weer, heen en weer, heen en weer. Ik zet mijn beide benen tegen de andere bank en duw mijn rug stevig tegen de rugleuning. Mijn rug is er blij mee, want die is wel klaar met het heen en weer geschud. Geen keus, we zijn nog lang niet thuis. Zo glijden de uren voorbij.

Iedere stap die ik zet, of het nou binnen in de kajuit of buiten in de kuip is, alles moet met een berekende precisie. Het grootste gevaar op zee zijn niet de golven of de wind. Nee, dat is vallen en dan iets breken. Dat is niet handig met nog 247 mijl en 41 uur te gaan. 112 bellen is er niet bij, we zijn volledig aan onszelf overgeleverd. Eerste vereiste is: heel blijven!

Het weerinstrument geeft nog steeds 30˚ aan. Niet de beloofde halve wind, maar aan de wind, headwind oftewel de ‘wind op de kop’. In het Bargoens: voor je bakkus. Er staat een dikke 20 knopen (windkracht 6) en flinke rollers tillen ons op en smijten ons weer neer. De Volle Maan houdt zich goed en doet z’n best om het mij zo goed mogelijk naar de zin te maken. Hier midden op zee hebben we te maken met een drie-eenheid: Sjack, ik en de Volle Maan. En het vertrouwen in elkaar is groot.

Shit, ik moet plassen

Weer ontsnapt er een zucht: ik moet plassen. En dat is niet gewoon naar de wc lopen, je ding doen en doortrekken. Nee, aan boord met harde wind verloopt dit net even iets anders. Het volgende verhaal is voor de landrotten onder ons. Om je een kijkje te geven in het leven aan boord. De zeilers zullen glimlachend het verhaal lezen en een stukje herkenning vinden.

Zie het eens voor je… de boot klapt iedere seconde op de hoge golven: de neus gaat meters omhoog en ook weer naar beneden. De zeilen zorgen voor een beetje stabiliteit, maar het blijft binnen erg oncomfortabel. De kajuit inklimmen is al een hele toer. Hoe ik dat moet doen als ik straks 70 ben? Ik heb nu al stramme ledematen. Niet aan denken, gewoon klimmen. Ik houd me stevig vast en stapje voor stapje daal ik het trapje af. Ik slinger heen en weer. Met twee handen knijp ik hard in de handvatten langs het trapje. Dan komt de overstap naar de vloer en draai ik me om. Ook hier grijp ik weer een handvat en voetje voor voetje schuifel ik door de kajuit. Met een plof kom ik op de bank terecht. Ik moet al mijn zeilkleding uittrekken: eerst mijn reddingsvest en mijn zeiljas. Daarna volgen de laarzen, want zo krijg ik mijn zeilbroek niet uit. De bewegingen verlopen niet vloeiend, want bij iedere beweging van de boot moet ik mijn balans hervinden.

Gelukkig is onze boot valveilig, dat betekent dat we ons goed vast kunnen houden aan de handgrepen. Oké, mijn zeilkleding is uit, dat is nog maar stap 1. Nu naar het toilet, en weer schuifel ik door de kajuit. Ik doe de deur van de piepkleine wc-ruimte achter me op slot. Het is me een keer overkomen dat de deur open vloog en ik naar buiten kukelde.

Eenmaal in de wc-cabine begint pas het échte werk. Het duurt zeker een paar minuten voordat ik mijn broek naar beneden heb getrokken. Dat gaat namelijk niet zo handig met één hand, de andere hand heb ik nodig om mij vast te houden. De vloer is niet vlak en dat maakt het lastig om mijn voeten wijdbeens neer te zetten. Eindelijk, ik zit op het toilet. En niet gewoon recht zitten! Nee, de boot heeft een flinke helling, dus de wc-pot ook! Als ik niet uitkijk, loopt mijn urine zo mijn broek in… Met precisie plassen dus! En dan de hele heisa weer opnieuw: broek omhoog met een hoop gedoe om daarna mijn evenwicht te vinden om de wc-pot leeg te pompen. Hup, zeilkleding weer aan. Uitgeput klauter ik weer het trapje omhoog, de kuip in. Begrijp je nu waarom ik zo lang mogelijk de toiletgang uitstel?

Gek verhaal hè? Maar ook dit hoort bij het zeezeilen.

Ik hoor gespetter naast de boot en ik kijk van mijn notitieblokje op. Ik was bezig met het schrijven van een verhaal voor het blog. Drie grote dolfijnen laten zich horen en zien. Eentje springt enthousiast hoog uit het water. Het is alsof ze me komen begroeten. Glimlachend kijk ik naar het spektakel. De dolfijnen flitsen van de ene naar de andere kant en onder de boot door. Flipper, de dolfijn uit mijn jeugd, maakte altijd zo’n leuk snaterend geluid. Maar dat doen deze dolfijnen niet en na een kwartier zijn ze uitgespetterd en vertrekken ze weer. “Dag jongens,” zeg ik meer tegen mezelf. Weg is het zuchten, dit is toch geweldig! En kijk nou: de zon laat zich ook even zien.

Kijk uit naar het volgende verhaal:
Aanloop Terschelling met wind en stroming tegen? Dacht het niet!

  

Foto’s

6 Reacties

  1. Marjolein Schouten:
    5 september 2024
    Moest erg lachen om je plasverhaal Tanya, zo hetkebaar, en ik raad je een plastuit aan! Je moet er wel ff mee oefenen, maar! Je hoeft niet alles uit te trekken.
  2. Anja en Frits Eulderink:
    5 september 2024
    Hahaha, inderdaad heel herkenbaar 😂
  3. Frans:
    5 september 2024
    Ik herken dat wel; zo lang mogelijk je plas ophouden! Hahaha, behouden vaart jongens en we zien jullie graag weer!
  4. Jan Willem Cromwijk:
    7 september 2024
    Genoten van je verhaal. Zeer herkenbaar, ook voor mannen! Die hebben nog een alternatief: overboord plassen. Maar dat zou ik omwille van de veiligheid iedereen willen afraden. We kijken uit naar je volgende verhaal!
  5. Truus:
    9 september 2024
    Mooi verteld verhaal. Ik vraag me af hoe doen jullie dat met de grote boodschap? Lijkt mij ook een heel avontuur.
    Wens jullie een behouden terugreis zonder al teveel tegenslagen. Tot gauw weer!!!
  6. Cynthia & Martin:
    17 september 2024
    Ahoy, ik heb een zeilbroek met zijritsen gekocht Tanya, dat scheelt "een pak". En, niet voor iedereen misschien, maar ik gebruik ook wel eens de puts in de kuip als het echt spookt. @Jan Willem, ook ega heb ik uit veiligheidsoverwegingen in die gevallen daartoe verplicht 😉.
    Maar bottom line, wat doen we onszelf aan, beter een andere hobby kiezen (voor geen goud toch?!)